Wat je benoemt groeit
Na het kijken en het stilstaan komt vaak vanzelf het volgende moment. Het moment waarop je iets zegt. En juist daar gebeurt zoveel.
Woorden kunnen druk vergroten, maar woorden kunnen ook ruimte maken.
Ik zie het dagelijks in mijn werk met kinderen met TOS en dyslexie. Hoe één zin verschil kan maken.
Niet “Je moet wel opletten!”, maar “Ik zie dat je bleef proberen, ook toen het lastig werd.”
Niet “Dit gaat nog niet goed.”, maar “Dit stukje lukt al beter dan vorige keer.”
Wat we benoemen, wordt onderdeel van het verhaal dat een kind over zichzelf gaat geloven. En dat verhaal reist mee.
Naar school.
Naar huis.
Naar het volgende moment dat iets spannend wordt.
Het hoeft niet perfect. Je hoeft niet altijd de juiste woorden te hebben. Even vertragen en kiezen om te benoemen wat er al is, kan al genoeg zijn.
Misschien is dat vandaag:
- doorzettingsvermogen
- moed
- humor
- rust
- of simpelweg: het opnieuw proberen
Dat is geen ‘goedpraten’. Dat is bouwen aan vertrouwen. En zoals je weet: als vertrouwen groeit, volgt het leren vanzelf.
Welke zin zou jij vandaag tegen een kind kunnen zeggen, zodat het vertrouwen gevoed wordt?
In mijn podcast sta ik vaker stil bij taal, leren en zelfvertrouwen. Luister naar de podcast →
