Toen ik dacht dat ik het niet kon
Ik zat op de middelbare school en was een goede leerling. Op wiskunde na.
Jeetje, wat vond ik dat moeilijk. Ik begreep het gewoon niet. Mijn docent vond dat je wiskunde gewoon moest snappen, maar ik snapte het niet.
Mijn cijfers gingen langzaam omlaag. Eerst vijven en zessen. Daarna drieën. Tweeën.
Mijn huiswerk werd een worsteling. En eerlijk? Ik deed ook niet meer echt mijn best. Waarom zou ik? Ik had al besloten dat het toch geen zin had. Ik had mezelf overtuigd:
“Ik kan dit niet.”
“Ik ben hier gewoon niet goed in.”
“Dit gaat toch nooit lukken.”
Mijn docent gaf het op een gegeven moment ook op. Ik werd geadviseerd om het vak te laten vallen. Ik weet nog welke opluchting ik voelde, want ik had zo’n hekel aan het vak gekregen.
Later, tijdens mijn opleiding logopedie, kreeg ik opnieuw wiskunde, omdat ik er geen examen in had gedaan. Mijn eerste reactie: dit lukt me nooit.
Ergens gebeurde er toch iets. Ik gaf het een kans. De docent legde het op een andere manier uit. Rustiger. Duidelijker. Aansluitend bij hoe ik dacht.
En ineens… begon ik het te begrijpen. Ik kreeg er zelfs plezier in. Omdat het lukte. Ik sloot het vak af met een 9+.
Ik weet nog hoe trots ik was! Niet alleen op dat cijfer, maar op wat het me liet zien. Dat het niet ging over kunnen of niet kunnen, maar over hoe er gekeken werd en hoe er werd uitgelegd. Dat er iemand was die bleef geloven dat het wél kon.
En misschien nog wel belangrijker: dat ik zelf weer begon te geloven dat ik het kon. Dát heeft het verschil gemaakt.
Die ervaring heb ik al die jaren op de achtergrond meegenomen in mijn werk.
Ik wil kinderen zien.
Ik wil dat ze zich gezien voelen.
Ik wil dat ze ervaren dat ze kunnen groeien. Ook als het nu nog niet lukt.
Omdat ik weet wat er gebeurt als een kind wordt opgegeven. En wat er kan ontstaan als iemand blijft kijken, blijft proberen en blijft geloven.
Misschien is dit een mooie vraag om vandaag even bij stil te staan:
Bij welk kind ben je al een beetje gestopt met geloven dat het kan?
