Het kind dat altijd “weet ik niet” zegt
“Hoe was het op school?”
“Weet ik niet.”
“Wat heb je gedaan?”
“Weet ik niet.”
“Wat vond je leuk?”
“Weet ik niet.”
Sommige kinderen lijken overal hetzelfde antwoord op te geven. Weet ik niet.
En dat kan best frustrerend zijn. Voor ouders. Voor leerkrachten. Voor professionals.
Wat als “weet ik niet” niet betekent dat een kind niet wíl antwoorden? Wat als het betekent:
- dat er te veel informatie tegelijk binnenkomt
- dat een kind tijd nodig heeft om taal te verwerken
- dat het antwoord ergens wél zit, maar nog niet gevonden wordt
- dat spanning het denken blokkeert
- dat een kind bang is om iets verkeerds te zeggen
Juist bij kinderen met TOS zie ik dit regelmatig. Antwoord geven lijkt simpel, maar vaak gebeurt er ondertussen van alles in een kinderbrein:
Wat wordt er precies bedoeld?
Wat moet ik nu zeggen?
Zeg ik het wel goed?
Wat als het fout is?
En terwijl wij wachten op een antwoord, is een kind soms nog volop bezig met begrijpen, verwerken en ordenen.
“Weet ik niet” is daarom lang niet altijd onwil.
Soms is het overbelasting.
Soms onzekerheid.
Soms een tekort aan verwerkingstijd.
Soms een beschermingsstrategie.
En soms… is het een kind dat al zo vaak ervaren heeft dat antwoorden geven lastig is, dat het zichzelf liever alvast terugtrekt.
Juist daarom geloof ik zo in vertragen. In ruimte geven. In anders kijken. In veiligheid creëren voordat we méér taal vragen.
Want kinderen groeien niet van druk. Ze groeien wanneer ze voelen:
- ik mag nadenken
- ik hoef het niet meteen goed te doen
- er is tijd
- ik ben veilig, ook als ik het even niet weet
Wanneer hoorde jij voor het laatst “weet ik niet” terwijl er eigenlijk iets anders onder zat?
